Welkom

Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere Gevoegde Broederschappen is een charitatieve stichting. Het Cellenbroederenhuis beheert een vermogen dat al wordt opgebouwd sinds de Middeleeuwen. Het bestaat uit (belegd) kapitaal en landerijen in de Ooijpolder, bij Nijmegen.

Doelstelling

Van de opbrengst van haar vermogen verleent de stichting subsidies. Volgens de statuten van Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere Gevoegde Broederschappen, kunnen alle instellingen subsidie aanvragen die hulp verlenen aan ‘in Nijmegen wonende of tijdelijk verblijvende personen, die als gevolg van ziels- of lichaamsgebreken, ouderdom of uit maatschappelijke oorzaak, hulpbehoevend zijn’. Daarvoor zijn criteria opgesteld.

Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere Gevoegde Broederschappen wil vooral nieuwe initiatieven en nieuw sociaal ondernemerschap stimuleren van instellingen die actief zijn in de Nijmeegse samenleving.

Geschiedenis

De Stichting Het Cellenbroederenhuis, de Ellendige en andere Gevoegde Broederschappen kent een lange historie.

In Nijmegen waren voor de verovering van de stad door prins Maurits op de Spanjaarden in 1591, vele (katholieke) broederschappen. Op last van Maurits werden de broederschappen tot één lichaam samengevoegd: de Ellendige en andere Gevoegde Broederschappen.

‘Ellendige’ uit de naam van het huidige Cellenbroederenhuis komt niet van akelig maar van ‘E-lendig’, ‘uitlandig’. Ellendige was de naam van de grootste broederschap die zich bezighield met de zorg voor (arme) pelgrims, op weg naar de bedevaartsplaats Santiago de Compostella.

Bij de inwoners van Nijmegen zijn de ‘Cellenbroeders’ beter bekend als ‘De Elend’.

In 1815 kregen de regenten van de broederschappen het bestuur opgedragen van het stedelijk Dolhuis (gekkenhuis), toen gevestigd aan de Pijkestraat in Nijmegen.  Ze kregen de zorg voor pestlijders en krankzinnigen.

In dit Dolhuis werden geesteszieken in cellen verpleegd. Vandaar de naam ‘Het Cellenbroederenhuis'.

De Cellenbroeder hadden moderne inzichten over het zo menselijk mogelijk behandelen van geesteszieken. Om ‘krankzinnigen’ tegen zichzelf te beschermen, gebruikten de Cellenbroeders de eerste -stoffen- dwangbuis in Nederland. De Nijmeegse methode kreeg officiële steun van de overheid en werd landelijke overgenomen.

Eind 19e eeuw werd het oude Dolhuis aan de Pijkestraat afgebroken en de Cellenbroeders belandden uiteindelijk in een pand aan de Sint Anthoniusplaats, niet ver van de Waal.

In de linkervleugel van dit inmiddels monumentale gebouw, werden ook weer twee cellen voor geesteszieken gemaakt. Tot de Tweede Wereldoorlog werden deze isoleercellen gebruikt voor crisisopvang van psychiatrische patiënten die wachtten op een plaats in een inrichting elders.

bedstede